
“Op deze manier met collega’s van andere kindcentra in gesprek gaan, doen we veel te weinig", aldus Danny Gouda, leerkracht van groep 8 op De Zevensprong, over het kampvuurgesprek. “Vaak heeft een collega binnen Blosse al een oplossing voor waar jij tegenaan loopt en vice versa. Door tips te delen hoef je niet steeds zelf het wiel uit te vinden.”
“Het lijkt mij ook ontzettend interessant om bij andere kindcentra op bezoek te gaan en een kijkje in de keuken te nemen. Dit is natuurlijk een grote uitdaging qua bezetting overdag, maar er is vast een manier waarop we dat kunnen doen,” vervolgt Danny.
“Tijdens het kampvuurgesprek bleek trouwens weer eens dat Blosse een horizontale organisatie is”, vervolgt Danny. “Iedereen was ontspannen en durfde eerlijk te zijn en aan te kaarten waar ruimte voor verbetering is. Ik voelde dat ik alles mocht zeggen - en dat Remco en Jeanette onze feedback serieus nemen en tot actie overgaan als dat nodig is.”
“Ook voor mij persoonlijk was het kampvuurgesprek van grote waarde. Ik heb ambities om door te groeien naar het directeurschap. Daarom vind ik bijeenkomsten met bestuurders en collega’s van verschillende kindcentra altijd extra interessant.”
Danny vindt het belangrijk om kinderen eigenaarschap bij te brengen en is van mening dat we kinderen vaak onderschatten. “Ze kunnen zoveel meer dan we denken, mits wij als volwassenen - in de rol van ouder/verzorger, pedagogisch professional of leerkracht - hun zelfstandigheid stimuleren. Het is ook zó waardevol om af en toe op je spreekwoordelijke bek tegaan. Mensen leren het allermeest van de momenten dat dingen niet direct lukken: dat maakt ons veerkrachtig. Ik probeer op deze manier ook in de klas te werken door hier met de kinderen over in gesprek te gaan en hoe zij zich niet van de wijs laten brengen als iets niet in één keer lukt.”
Op dit moment buigt Danny zich in de PO-VO raad met leerkrachten, directeuren, IB’ers, het bestuur van Blosse en vertegenwoordigers van middelbare scholen over het doorstromen van primair naar voortgezet onderwijs. “De overgang is veel te groot op dit moment. We moeten kinderen op zo’n jonge leeftijd advies geven over hun niveau, dat het vaak gebeurt dat ze te hoog of juist te laag uitstromen. Kinderen zijn op die leeftijd nog volop in ontwikkeling en de uitslag van een toets zou niet zó zwaar moeten wegen. Het hoeft niet te verdwijnen, maar we moeten er anders mee omgaan. We zien regelmatig dat kinderen, mede door hun omgeving en de uitslag van de toets, geen eerlijke kans krijgen om zich te ontwikkelen.”



















































